De Bosuil predeert Amsterdamse ratten

Het Parool, 14 juli 2026, door Patrick Meershoek

De bosuil is bezig aan een opmars in Amsterdam, en dat is slecht nieuws voor ratten (en goed nieuws voor ons)

Amsterdam telt ongeveer honderd paartjes bosuilen, die zich vanuit het Amsterdamse Bos steeds vaker ook naar de stadsparken verspreiden. Dat kan van pas komen bij de aanpak van het rattenprobleem. ‘Een bosuil in de groei eet elke dag een rat.’De resten van vijf jonge ratten en een spreeuw. Dat was de oogst tijdens een recent onderzoek naar de samenstelling van de verzamelde braakballen van een groepje jonge bosuilen in het Flevopark. Daar keek stadsecoloog Koen Wonders toch wel van op. “De bosuil is een opportunistische jager met normaal gesproken een gevarieerd dieet. Zo’n fors aantal ratten had ik niet verwacht in een paar braakballen.”Voorzichtige conclusie: bij de bestrijding van het rattenprobleem in de stad krijgt de gemeente hulp uit onverwachte hoek. Amsterdam telt ongeveer honderd paartjes bosuilen. Het merendeel houdt zich nu nog op in het Amsterdamse Bos, maar ook in de stadsparken en groengebieden duikt de vogel steeds vaker op. Wonders: “De bosuil is duidelijk bezig aan een opmars.”

Hapklare brokken
De stadsecoloog houdt sinds twee jaar de bosuilen in het Flevopark in de gaten. “Een collega vertelde dat hij ‘s nachts een uil had horen roepen. In een poging het dier te faciliteren, hebben we in het park twee kasten opgehangen. Daar zaten dit voorjaar vijf jonge bosuilen in. Ook in het Vondelpark, het Vliegenbos en het Sloterpark heeft de soort zich inmiddels gevestigd.”

Dat is prachtig nieuws voor vogelaars, maar slecht nieuws voor de rat. “Een bosuil heeft veel vlees nodig,” vertelt Wonders. “Zeker een vogel in de groei kan wel een rat per dag eten. Als ze nog jong zijn, gaat de moederuil op jacht om haar jongen de prooi in hapklare brokken te voeren. Ook wanneer de jongen als takkelingen het nest verlaten en nog niet ver kunnen vliegen, blijven de ouders ze nog geruime tijd voeren.”De rat heeft de pech van een grote beschikbaarheid: er zijn nu eenmaal ontzettend veel exemplaren in de stad aanwezig en dat maakt ze tot een gemakkelijke prooi voor de liefhebbers. Wonders: “Buiten de stad zullen bosuilen zich vaak voeden met kleine dieren als muizen, mollen, konijnen en kikkers. Bij de Amsterdamse bosuil staat de rat prominent op het menu.”

Belangrijke voedselbron voor roofdieren
De bosuil staat daar trouwens niet alleen in, voegt de stadsecoloog toe. “We zien in de omgeving van de bekende hotspots dat ook andere roofdieren zich instellen op de aanwezigheid van ratten. Er zijn blauwe reigers die zich hebben gespecialiseerd in het vangen van ratten, en ook voor vossen en marterachtigen zijn ze een belangrijke voedselbron geworden.”

Dat maakt de stad in toenemende mate ook tot een aantrekkelijke verblijfsplek voor roofdieren, vertelt Wonders. “Er zijn een paar belangrijke factoren. Een ervan is de verbossing van de stad. Tijdens de oorlog zijn heel veel bomen gekapt, maar de bomen die na de oorlog als vervanging zijn geplant, beginnen nu een flink formaat te krijgen. Dat is goed voor de biodiversiteit. We zien nu ook weer spechten langs de gracht.”

Faunapassages
Een andere factor is de toegang tot de stad: mede door de aanleg van faunapassages trekken roofdieren makkelijker de stad in. Daar hoeven ze zich geen zorgen te maken over de aanwezigheid van voldoende voedsel: “Een Amsterdam zonder ratten, dat gaan we nooit meemaken.”

Volgens Wonders begint het stedelijke ecosysteem volwassen te worden. “In een gezond ecosysteem houden soorten elkaar beter in evenwicht. Natuurlijke vijanden kunnen bijdragen aan het inperken van plagen, zoals die ontstaan door ratten en de eikenprocessierups. Het is een mooie stimulans om de natuur in de stad verder te versterken.”