BNR website 24 oktober, door Sanne Dolsma
Vogelspotten wint terrein als therapeutische interventie voor ouderen en dementiepatiënten. Uit recent onderzoek blijkt dat het observeren en identificeren van vogels niet alleen het mentale welzijn bevordert, maar ook de structuur van de hersenen kan beïnvloeden en de cognitieve achteruitgang door veroudering kan vertragen. Dat meldt de BBC op basis van diverse wetenschappelijke studies.
Nieuw neurowetenschappelijk onderzoek toont aan dat het kijken naar en identificeren van vogels de hersenen stimuleert op een manier die vergelijkbaar is met het leren van een sport of het bespelen van een muziekinstrument.
Structurele verandering in het brein
Onderzoek onder leiding van neurowetenschapper Erik Wing, verbonden aan de Baycrest Academy for Research and Education in Toronto, richtte zich op de invloed van vogelobservaties op de hersenstructuur. Aan de hand van MRI-scans vergeleken de onderzoekers de hersenactiviteit en -structuur van ervaren vogelaars met die van beginners tijdens het identificeren van vogels.
De resultaten laten zien dat de hersenen van experts anders bedraad zijn in gebieden die verantwoordelijk zijn voor visuele waarneming en herkenning en aandacht en concentratie. Bij ervaren vogelaars werd een hogere mate van organisatie en samenhang in de hersenen vastgesteld dan bij beginners van dezelfde leeftijd.
Aangezien de organisatie van de hersenen normaal gesproken afneemt bij het ouder worden, duidt dit op een ‘behoud van hersenorganisatie’. De onderzoekers schrijven dit toe aan neuroplasticiteit: het vermogen van het brein om zich door training aan te passen en te herstructureren. Volgens Wing kan het opbouwen van deze vaardigheid langdurige cognitieve voordelen bieden tot op latere leeftijd.
Enthousiasme en welzijn in de praktijk
Naast de structurele effecten in het brein heeft vogelspotten direct invloed op de gemoedstoestand en communicatie. Uit een studie onder Poolse vogelspotters blijkt dat de mate van enthousiasme en interesse bepalender is voor psychisch herstel – gevoelens van rust en verjonging – dan de daadwerkelijke kennis of expertise.
Een onderzoek geleid door professor Elisabeth Kals bij 65 verzorgingstehuizen in Duitsland toonde aan dat de plaatsing van vogelvoederstations leidde tot een meetbare toename in welzijn, alertheid en cognitieve behendigheid bij bewoners. Na drie tot vier weken waren de bewoners al beter in staat gesprekken te volgen en zich vogels te herinneren. Het initiatief bleek zo kosteneffectief dat Duitse zorgverzekeraars inmiddels vogelkijkpunten hebben gefinancierd in meer dan vierhonderd Beierse zorginstellingen.
In de Verenigde Staten wordt het therapieprogramma Bird Tales ingezet in zorginstellingen om mensen met dementie cognitief te stimuleren. Een vergelijkbaar programma aan de Universiteit van Montana gebruikt vogelobservatie en het herkennen van vogelroepen sinds 2021 als ondersteunende therapie voor patiënten die herstellen van een beroerte en kampen met afasie.
Neurobiologische verklaring
De wetenschappers verklaren de positieve effecten door de combinatie van factoren die bij vogelspotten samenkomen: natuurbeleving, sociale interactie, visuele aandacht en het prikkelen van nieuwsgierigheid.
Nieuwsgierigheid stimuleert de aanmaak van neurotransmitters zoals noradrenaline en dopamine in de hersenen, wat een ontstekingsremmende werking heeft en bijdraagt aan het behoud van cognitieve functies. Bovendien is de activiteit laagdrempelig en toegankelijk, doordat het ook vanuit een raam of tuin beoefend kan worden.
