vrijdag 14 februari 2020 - Tijd: 20:00 - 22:30


In 1826 publiceerde de destijds al beroemde ornitholoog John James Audubon een onderzoek naar het reukvermogen van de Kalkoengier. Over de Kalkoengier ging in die tijd het verhaal dat ze een zeer scherp reukvermogen zouden hebben waarmee ze al van grote afstand kadavers konden vinden. Op grond van een serie proeven concludeerde hij dat de Kalkoengier kadavers opspoorde met zijn bijzonder scherpe zicht en dat reuk geen rol speelde. Dit onderzoek heeft in de ornithologie tot de opvatting geleid dat vogels in het algemeen slecht kunnen ruiken en dat reukvermogen een onderschikte rol speelt. Het toonaangevende Handbook of Birtd Biology(2001) constateert “as a group, birds have a poor sense of smell”. Er is daardoor lange tijd weinig onderzoek naar het reukvermogen van vogels uitgevoerd. Pas de laatste 20 jaar is er sprake van uitgebreid nieuw onderzoek met verrassende resultaten.

In de lezing geven we eerst een beeld van de situatie tot zeg 20 jaar geleden en schetsen we de aanleidingen om opnieuw naar het reukvermogen van vogels te kijken. Vervolgens behandelen we het recente en actuele onderzoek bij tal van soorten vogels. Hiermee kunnen we uiteindelijk een completer en genuanceerder antwoord geven op de vraag naar het bestaan en belang van reukvermogen bij vogels. De lezing volgt in grote lijnen het hoofdstuk over het reukvermogen van vogels in het prachtige boek “De zintuigen van vogels” van Tim Birkhead. Er is tijdens de lezing voldoende ruimte voor vragen en discussie.

Locatie
Veluvine
F.A Molijnlaan 186
Nunspeet